Hier is mijn trainingsschema van de laatste negen weken voor de wedstrijd.
Voor die tijd heb ik niet echt specifiek getrained maar gewoon lekker wat gesport; in mijn geval dus wat lopen, wat zwemmen en af en toe op de ergometer. Tijdens de Kerstvakantie een halve marathon geroeid die eigenlijk best lekker ging en toen dus maar het besluit genomen om maar eens een hele te proberen. Samen met mijn vroegere triathlonmaatje een schema in elkaar gesleuteld dat gebaseerd is op trainingen voor een (hardloop)marathon.
Ik heb wel gekeken naar het schema dat Concept aangeeft als training voor een ergomarathon maar ik vond dat deze te veel op kracht/tempo was gebaseerd en te weinig op duur.
In het schema zijn de groene vlakken mijn rustdagen en het oranje vlak een week griep waarin nog wel de trainingen staan aangegeven maar die ik dus niet gedaan heb. Bij de trainingen heb ik niet zwaarder getrained dan stand 4, stand 1; duurtrainingen en ontspanningstraingen (tempo 2.06-2.10), stand 2; tempo duurtraingen (tempo 1.57 - 2.06) en stand 3 en/of 4 de intervaltrainingen (tempo <1.57).
Mijn hartslag was bepalend in welk tempo ik roeide, per training moest ik in een bepaalde hartslagzone blijven en daar vooral niet boven uit komen.
Achteraf is twee maanden voorbereiding kort. Voor een volgende keer zou ik drie maanden voorbereiding doen zodat je wat langer op duurtraingen kan trainen. (Dit schema wil ik dan ook best aanpassen voor mensen die alleen maar willen ergometeren en kan als alternatief voor het schema van Concept2 op de site gezet worden.)
Tijdens de traingen heeft ook het drinken centraal gestaan. Bij traingen langer dan 60 minuten gebruikte ik sportdrank. Door te experimenteren met meerdere soorten weet je welke het best door je lichaam wordt opgenomen en went je lichaam en het opnemen van voedingsstoffen tijdens een inspanning. (tip)
Een andere tip is om eens een boek te lezen over marathontraingen. De trainingsontwikkeingen bij het lopen zijn alveel verder en mijn ervaring is dat deze traingen prima toe te passen zijn bij het roeien (op zowel korte als lange afstand).
Wil je je ook nog mentaal voorbereiden op wat er allemaal met je kan gebeuren tijdens een marathon dan is "Marathonloper" van Abdelkader Benali een aanrader.
Bij binnenkomst viel me meteen de ontspannen sfeer op. Veel deelnemers kennen elkaar van andere wedstrijden en iedereen werkte rustig op zijn manier naar de wedstrijd toe. Ook geen wanklank gehoord over het feit dat de wedstrijd even werd uitgesteld door de voorbereidingen (dat heb ik ook wel anders meegemaakt bij andere (triathlon)wedstrijden.
Vlak voor de start en bij het rondkijken verbaasde ik me wel meteen over de zware standen (4, 5, 6 en misschien nog wel zwaarder) waarin iedereen zijn schuif had staan (naar mijn mening is dat er ook debet aan de vele krampgevallen tijdens de wedstrijd). Mijn tip is dan ook om eerder op souplesse te roeien dan op kracht. Beter achteraf er achter komen dat je iets te licht heb geroeid (dit kun je immers nog compenseren door je slagtempo te verhogen) dan er tijdens de wedstrijd achter te komen dat je toch te zwaar zit.
Daarnaast verbaasde het me ook om te zien dat sommige de wedstrijd hebben geroeid op wat vruchtesap en niets anders dan dat. Zonder vocht kun je er op wachten dat je kramp gaat krijgen. Niet alleen op de dag van de wedstrijd zelf maar de hele week voor de wedstrijd is het al belangrijk om minstens twee liter water en minimaal koffie te drinken zodat je spieren zich al kunnen verzadigen met vocht. Een keertje een extra pastamaaltijd de week voor de wedstrijd is natuurlijk ook nooit weg.
Wanneer je nooit met muziek traint, is het wel even wennen. Vooral in het begin moest ik mijn ritme even vinden maar eenmaal gewend is het wel erg gezellig om wat muziek er bij te hebben.
Eigenlijk telt de eerste helft als het goed is niet mee, de tweede helft begon voor mijn gevoel de wedstrijd pas echt.
Tot 27 kilometer heb ik redelijk soepel kunnen roeien, maar daarna begon de pijn wat op te komen en kostte het wegtrappen wat meer energie. Kleine dingen gaan je dan ook wat irriteren; sportdrank die je over je benen hebt gemorst begint dan bijvoorbeeld echt te plakken bij iedere keer oprijden en het lijkt dan wel of je dat net een beetje afremt.
Tot kilometer 35 is het dan gewoon doorgaan en je blijven concentreren en je tempo vasthouden.
Tussen 35 en 40 is het gewoon zwaar waarbij voor mij van 38 tot 40 oneindig lang leek te duren.
Daarna is het aftellen en begin je de euforie van de aankomende finish te voelen. Zaak is echter wel om je nog niet helemaal gek te roeien want met echte kramp is ook twee kilometer nog heel erg ver.
De laatste vijhonderd meter gaan in een roes en heb ik echt mijn allerlaatste krachten er nog uitgegooid, ik kan me niet herinneren dat ik in dat stukje nog pijn heb gevoeld. Die pijn voel je echter wel als je gefinished bent. Alles doet pijn maar je kont toch wel het allermeest. Wankelend sta je op je benen en krijg je met moeite een warm shirt aan. En je trainingsbroek zelf aantrekken kun je wel vergeten want als je dat probeert ga je gewoon om. Gelukkig zijn de douches niet ver weg en maakt een hoop warm water over je een boel goed.
Terug in de auto de stoel in de achterste stand en genieten van je resultaat.Voor een van de mooiere en leukere wedstrijden en ervaringen uit mijn leven. Een beetje gek moet je er echter wel voor zijn. Want waar de doorsnee sportschoolroeier het na 10 of 15 minuten voor gezien houdt, heb jij net ingeroeid en gaat het pas net echt beginnen.
Robert van der Kieft, 4 maart 2008.