Een hele marathon op een Concept2? 42195m? Nooit! Een paar jaar geleden was dat mijn stellige overtuiging. Eén of twee keer per jaar een halve was al heel wat. Vijf jaar geleden heb ik een Concept2 (model C, PM2+ monitor) aangeschaft, voornamelijk om in de winter de conditie op peil te houden. In de zomer gaat mijn voorkeur naar het (race)fietsen. Het mooie van de afwisseling is, dat het op deze manier niet snel verveeld: in oktober zie ik er naar uit om weer te gaan indoorroeien, nu (maart) is het weer de hoogste tijd om op de fiets te stappen. Nadeel is, zeker bij het indoorroeien, dat het ieder jaar weer opnieuw beginnen is. Het NKIR in december 2006 heb ik laten lopen vanwege een blessure aan de biceps (aanhechting onderarm) door te snel weer in “NKIR” vorm proberen te komen.
In oktober 2007 weer vol goede moed begonnen op de C2. Rustige trainingen zijn niet leuk, maar voor mij wel noodzakelijk na er een tijd uit geweest te zijn. Het snelle 2k werk zat er deze winter nog niet in. Eind november vond ik op http://www.concept2.co.uk/training/marathon.php “The marathon training guide” van Eddie Fletcher. Hierin wordt een 12-weken trainingsschema gegeven (+2 weken taper), met vooral veel LSD (Long Slow Distance). Toen ook nog bekend werd dat het NK ergomarathon op 1 maart 2008 zou worden gehouden (mooie afsluiting van het indoorroei seizoen), nam ik me voor om het in ieder geval een paar weken te proberen.
Het schema gaat uit van 5 trainingen per week, een training duurt ongeveer 1 uur in de lichte week tot 1.5 uur in de zware week. Tel daar nog een 10 tot 20 minuten bij voor in- en uitroeien. Gemiddeld kwam ik uit op 100 tot 120 km per week, 2x zo ver dan ooit eerder. In het begin was dit erg wennen. Er wordt zeer nadrukkelijk geadviseerd de gestelde hartslaglimieten niet te overschrijden. Daardoor was het qua inspanning goed te doen, maar wel saai. Na een week of vier rond de kerstdagen was de progressie echter goed te meten. Toen definitief het besluit genomen nog twee maanden door te zetten.
Begin Januari brak opeens de ketting, waardoor ik met de handle in de hand in de boekenkast belandde, maar dit kon gelukkig snel door Concept2 worden gerepareerd. Uit vrees dat de langste trainingen in het schema toch te kort waren, heb ik in nog 2x een training van 2 uur, en 1 van 2.5 uur (38km) toegevoegd, maar wel met lage hartslag.
Twee weken voor de marathon een 90 minuten test gedaan op 1:51/500m. De harstslag liep daarbij op tot maximaal 160, gemiddelde van 154. Op basis van de adviezen in het artikel en het gevoel tijdens de trainingen nam ik me voor tijdens de wedstrijd het eerste uur de HF < 160 te houden, het tweede uur maximaal 165 aan te houden en daarna de rem eraf. Maar dat pakte anders uit.
Van te voren hadden alle deelnemers de door hun verwachte eindtijd achtergelaten op de www.ergomarathon.nl website. Ik schatte mezelf bij het inschrijven begin januari in op 2u:38, maar hoopte nu iets sneller te kunnen. Albert Kolk had een richttijd van 2u:39 afgegeven, maar had al wel een snellere halve marathon in de ranking staan.
Al direct na de start nam Jaap Dekker de leiding. Binnen een mum van tijd lag hij 22m voor op Albert en mij, terwijl wij op 1:50.0 vertrokken. Na een paar minuten was die achterstand weer goed gemaakt. De hartslag vloog omhoog. Na 6 minuten al op 165 (Adrenaline?). Albert en ik roeiden zij aan zij. Daar ging mijn voornemen en de adviezen van Eddie Fletcher: overboord er mee.
Na 20-25 minuten begon ik me zorgen te maken. Nog geen spoortje verval bij Albert en ik moest spoedig wat gaan drinken. Ik had al gezien dat hij een mooi infuus klaar had staan en bij het drinken zeker minder tijd zou gaan verliezen. Harder dan 1:50 kon ook niet, de HF zat al op 167-168.
Plotseling had ik 25-30m voorsprong. Albert nam denk ik zijn eerste drinkpauze. Nog even wat versnellen (1:49), misschien geeft hij dan de moed op en gaat zich richten op 2u:39? Helaas, Albert gaat gewoon mee en na mijn drinkpauze liggen we weer gelijk. Volgens mij bouw ik daarna heel langzaam een kleine voorsprong op van enkele tientallen meters.
Na een uur is dat nog steeds zo.
Halverwege begint het verschil groter te worden: 1:50.5 om 1:51.0. De hartslag is nog steeds tussen 165-170, maar het gevoel is goed. Wel laten de straps steeds vaker los, maar daar had Duuk een mooie oplossing voor. Zonder er een haal om te laten werden mijn voeten met een fietsband vastgesjord.
Met nog 12km te gaan overweeg ik te versnellen, maar besluit dit uit te stellen tot het laatste half uur. Toen dat moment was aangebroken (nog 8km), zat ik echter tegen de kramp in de hamstring aan. Een paar keer ging het bijna mis, ik moest terug naar 1:53/1:54.
De laatste 5k waren een kwelling. Ook de schouders en armen protesteerden, maar met het einde in zicht en support van alle kanten was het goed vol te houden. De laatste 500m toch nog maar even een eindsprint op 1:47/1:48.
De kramp sloeg de laatste 100m overal toe, met name onderarmen, schouders en hamstring.
Na de laatste haal wil je er dan zo snel mogelijk af, maar ja, die fietsband. Gelukkig was er hulp en kon ik gaan genieten van het afzien van deelnemers die nog bezig waren. Een waar slagveld. Albert had zoveel kramp dat hij alleen nog met de armen kon roeien. De pijn was van alle gezichten af te lezen.
Helaas moest 1 deelnemer met gezondheidsklachten opgeven. Verder heeft iedereen de eindstreep gehaald. Gefeliciteerd! Duuk en Menno, bedankt voor de goede organisatie. Misschien tot een volgend jaar.
Jaap Roosma, 4 maart 2008.